Blog Image

Kaarsen maken

Kaarsen maken

Eenvoudig te leren.

Voorbereiding van de kaars

Kaarsen maken Posted on 4 januari 2015 17:44

————————————————————————————————

Basis materialen
om kaarsen te maken.

Volgende basis materialen zijn nodig om de meest
eenvoudige kaars te maken.

Gietvormen welke bestand zijn tegen een maximale
temperatuur van 100°

————————————————————————————————

Voorbereiding
van de gietvorm.

Ga als volgt te werk (foto’s volgen hier nog):

1 Gebruik een stevige dikke naald welke door de
gietvorm (onderaan) kan worden geleid.

2 Door de naald komt de te gebruiken wiek welke
van toepassing is voor de te gieten kaars. (dikte lont zie onderaan). Plaats
ook de afsluiting van de kaarsvorm over de naald en leid de dichting af langs
de lont zodat alles (gietvorm en lont en naald bovenaan mooi recht gespannen
staat. Nadat de naald met wiek door de opening onderaan de vorm is geschoven
mag de lont bovenaan de gietvorm vastgemaakt worden aan een naald of ander
stevig materiaal. (ik gebruik metalen staafjes of naalden)

Nadat alles stevig is vastgemaakt (lont,
lonthouder,…) kan onderaan de vorm waar het uiteinde van de lont zit,
afgeknipt worden.

Zorg er steeds voor dat de wiek
recht en dus niet gedraaid zit in de gietvorm. De getorste vorm van de wiek kan
onrustig branden met zich mee brengen.

Gebruik steeds platte wieken (zijn
verstevigd) in plaats van ronde wieken. Bij gebruik van enkel stearine zijn
ronde wieken aangewezen.

Voorbereiding
dompelkaarsen (tafelkaarsen)

Tafelkaarsen worden gedompeld om zo laagje per
laagje tot de gewenste dikte te komen. Deze vorm van kaarsen maken kan niet
gegoten worden wel geperst zoals bij de goedkopere producten welke op de markt
zijn te verkrijgen.

Hoe te werk gaan?

1 gebruik de dunste wiek (3×7)

2 dompelen gebeurd met een houder waar de wiek
wordt over gelegd en dit met houders van 6 kaarsen of meerdere. Zorg ook bij
deze vorm van kaarsen dat de wiek mooi recht wordt aangebracht en niet gedraaid
is aangespannen.

3 Dompelen gebeurd in een ketel hoog genoeg om de
gewenste lengte van de kaars te bekomen. Een ideale temperatuur is 71°C, zo laag mogelijk dus
omdat tussen elke dompeling even moet gewacht worden dat de vorige laag kan
uitharden. Als men begint te dompelen moet het volledige proces afgelegd worden
anders ontstaan er lagen welke kunnen loskomen van elkaar.

4 Het dompelen is ongeveer 15 tot 30 maal
afhankelijk van de gewenste dikte van de tafelkaars.

5 De laatste dompeling gebeurd best bij 85°C om een glad oppervlakte
te bekomen.

Tip: laat de dompelkaarsen enkele uren uitharden.
Indien de kaarsen niet zijn uitgehard zal deze bij het losmaken van de houder
krom trekken door de krimp van de paraffine.



Geschiedenis

Kaarsen maken Posted on 4 januari 2015 17:41

De
geschiedenis van de kaars door de eeuwen heen heeft kaarslicht een grote rol
gespeeld. Men kan teruggaan tot het graf van de Egyptische farao
Toet-Anch-Amon. Hier werden resten gevonden van wat men met wat goede wil
kaarsen kan noemen. Ook in de Romeinse tijd bleek de kaars zeer belangrijk. De
Romeinse schrijver Apuleius maakte bijvoorbeeld tussen “sebacei” –
vetkaarsen en “cerei” – waskaarsen systematisch onderscheid. Italië
is vermoedelijk de bakermat van de kaars geweest. Het gebruik van deze
lichtbron gaat hier terug tot op de etrusken. Constantijn, de eerste christen
keizer, gebruikte kaarsen o.a. bij paasplechtigheden. Koning Alfred de Grote
(849-899) liet tijdmetingskaarsen uit bijenwas vervaardigen. Zes van deze
kaarsen brandden in 24 uur op. In de Middeleeuwen braken er gouden tijden aan
voor het kaarslicht en voor de kaarsenmakers. Overal in Europa werden machtige
gilden gesticht. In die tijd maakt men kaarsen door een aantal vlas- of
katoenpitten, die op enige afstand op een stokje hingen, te dompelen in
gesmolten vet of was. Deze handelingen werden herhaald tot de kaarsen de
gewenste dikte hadden. Omstreeks 1800 maakte men ook wel gebruik van
gietvormen. Probleem was dat de kaarsen hier moeilijk uit te verwijderen waren.
Bijenwaskaarsen waren uitsluitend bestemd voor de edelen en godsdienstige
doeleinden. De burgerij moest genoegen nemen met goedkopere talk- of
vetkaarsen. De brandkwaliteit liet in die tijd veel te wensen over. De kaarsen
waren door hun grondstoffen vrij zacht. Ze walmden, roetten, dropen en stonken
zelfs. Het verkoolde eind van de pit moest van tijd tot tijd afgeknipt oftewel
gesnoten worden. De kaarsen verlichtten de wereld, de lange nacht van vele
Middeleeuwen en daarna de lichtere nacht van de Renaissance en Verlichting.
Lodewijk de Veertiende liet aan zijn hof kaarsfestijnen organiseren. Hier mocht
nooit een kaars voor de tweede maal aangestoken worden. De restanten waren het
verval voor de hovelingen en hofdames. Cambaceres vond in 1820 de gevlochten
pit uit. Dit bestond uit een vlechting van drie strengen van een gelijk aantal
katoenen draden. Het verving de vroeger slecht verbrandende pit. De
brandeigenschappen van de kaars verbeterden aanmerkelijk. De Franse
scheikundige Chevreul (1786-1889) toonde in 1826 aan dat oliën en vetten
chemische verbindingen zijn van een vloeistof (glycerine) en van min of meer
vaste stoffen (vetzuren). Hij slaagde erin een vetzuurmengsel door persing te
scheiden in een vloeibare fractie (oleïne) en een vaste, harde fractie
(stearine). De oude smeer- en waskaarsen maakten plaats voor de stearine
kaarsen. Twee jonge Franse artsen, De Milly en Motard, die in 1831 deze
splitsing met kalk uitvoerden, brachten de zaak een einde in de goede richting.
Desondanks leed hun fabriek van stearine-kaarsen verlies. De Milly bleef in
Parijs kaarsen gieten en Motard vertrok naar Berlijn om daar een fabriek in
stearine-kaarsen te beginnen. De Milly slaagde erin om in 1852 een vrijwel
volledige scheiding van vetzuur en glycerine te bereiken. Hiermee legde hij de
basis voor de fabricage van stearine en van stearine-kaarsen. Een bijkomend
voordeel was de omstandigheid dat de nieuwe grondstof voor kaarsen geschikt
bleek om machinaal in vormen gegoten te worden. Daarvoor werden vet- en
waskaarsen vrijwel uitsluitend op primitieve wijze door dompelen vervaardigd.
Het leidde tot mechanisatie en fabrieksnijverheid. Aan het einde van de 19e
eeuw verkreeg men bij de raffinage van ruwe aardolie een witte stof; paraffine.
Ook dit materiaal bleek bijzonder geschikt als grondstof voor kaarsen. Zelfs in
deze moderne tijd zijn kaarsen niet weg te denken. Met hun warme licht geven ze
altijd een gezellige sfeer. Ze geven een rustige sfeer voor een meditatief
moment en verjagen de duisternis. Er zijn momenteel kaarsen in vele vormen,
kleuren en zelfs geuren. Voor elke gelegenheid of stemming. Er worden zelfs
magische krachten aan toegewijd.